|
|
|
Overgangsrecht lijfrenteverzekeringen |
 |
Overgangsrecht
In verband met de invoering van de Wet IB 2001 op 1 januari 2001 kan overgangsrecht van toepassing zijn op kapitaalverzekeringen of lijfrenteverzekeringen die op 31 december 2000 reeds bestaan. Dit overgangsrecht is echter omvangrijk en ingewikkeld. Wij volstaan met een beknopte weergave van een aantal relevante punten.
Overgangsrecht kapitaalverzekeringen
Kapitaalverzekering in Box 3 met waarborg in Box 1
Een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering (niet zijnde een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) of een kapitaalverzekering gesloten bij de ‘eigen B.V.’) behoort met ingang van 1 januari 2001 verplicht tot de bezittingen in Box 3 als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
vanaf de eerste premiebetaling zijn jaarlijks premies betaald, waarbij de hoogste premie niet meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste premie, of
er zijn tenminste 15 jaar jaarlijks premies betaald, waarbij de hoogste premie niet meer bedraagt dan het tienvoud van de laagste premie, of
de verzekering bestaat op 31 december 1991 en het verzekerd kapitaal is na die datum niet verhoogd, terwijl de rente in de kapitaalsuitkering volgens de fiscale regels geldend op 31 december 1991 niet tot belaste inkomsten zou leiden (gefacilieerde pré-Brede Herwaarderingspolis).
Tijdelijke extra vrijstelling in Box 3
Het overgangsrecht voorziet in een tijdelijke extra vrijstelling in Box 3 voor kapitaalverzekeringen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
de verzekering bestaat op 14 september 1999 en
op of na 14 september 1999 is het verzekerd kapitaal niet verhoogd en is de looptijd van de verzekering niet verlengd.
Als niet (meer) aan één van de voorwaarden wordt voldaan is de vrijstelling niet (meer) van toepassing. De (niet geïndexeerde) vrijstelling bedraagt maximaal € 123.428,- per belastingplichtige. Op gezamenlijk verzoek bij de aangifte kan de vrijstelling worden overgedragen aan de partner. De ‘dubbele’ waardevrijstelling bedraagt dus maximaal € 246.856,-. Op het verzoek kan niet meer worden teruggekomen. De tijdelijke extra vrijstelling vervalt met ingang van 14 september 2029.
Waarborg in Box 1 voor t/m 31 december 2000 gekweekte rente
Een op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering die aan de gestelde voorwaarden voldoet, wordt per 1 januari 2001 in Box 3 geplaatst zonder dat op dat moment behoeft te worden afgerekend over het t/m 31 december 2000 in de polis gekweekte rentebestanddeel. Echter, bij het tot uitkering komen van de verzekering moet, op basis van de oude fiscale regels (Wet inkomstenbelasting 1964 zoals geldend op 31 december 2000), worden bezien of de t/m 31 december 2000 aangegroeide rente alsnog (in Box 1) moet worden belast. Op deze wijze blijft - onder toepassing van de oude fiscale regels - belastingheffing over de rente, die onder het oude fiscale regime is gevormd, gewaarborgd totdat de polis volledig is afgewikkeld.
Kapitaalverzekering in Box 1 (saldomethode)
Als de op 31 december 2000 bestaande kapitaalverzekering niet voldoet aan de voorwaarden voor plaatsing in Box 3 dan behoort de verzekering verplicht tot Box 1. De in Box 1 te belasten rente in de kapitaalsuitkering wordt gesteld op het verschil tussen de uitkering en de voor de verzekering betaalde koopsom of totale premies (saldomethode).
Overgangsrecht lijfrenteverzekeringen
Lijfrenteverzekering niet aangepast; geen aftrek lijfrentepremies
Als een op 31 december 2000 bestaande lijfrenteverzekering niet is aangepast aan de eisen van de Wet IB 2001 dan kunnen de op of na 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies niet meer in aftrek worden gebracht. In beginsel moeten deze - niet aangepaste en niet voor premieaftrek in aanmerking komende – lijfrenteverzekeringen worden ondergebracht in Box 3.
Lijfrentetermijnen belast volgens oude regels
Voor bepaalde op 31 december 2000 bestaande – en niet aan de Wet IB 2001 aangepaste – lijfrenteverzekeringen is goedgekeurd dat de lijfrenteverzekering niet in Box 3 maar in Box 1 valt en de lijfrentetermijnen worden belast volgens de oude fiscale regels (Wet inkomstenbelasting 1964 zoals geldend op 31 december 2000). De lijfrentetermijnen uit dergelijke verzekeringen worden (onder voorwaarden) in Box 1 belast voor zover de uitkeringen de niet voor aftrek in aanmerking komende premies of koopsom overtreffen (saldomethode).
Het overgangsrecht is van toepassing op lijfrenteverzekeringen die voldoen aan één van onderstaande categorieën.
A. Lijfrenteverzekering met premieaftrek vóór 1 januari 2001 de verzekering bestaat op 31 december 2000 en
de vóór 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies kwamen voor aftrek in aanmerking.
B. Lijfrenteverzekering zonder premieaftrek vóór 1 januari 2001
(saldolijfrenteverzekering) de verzekering bestaat op 14 september 1999 en
de vóór 14 september 1999 betaalde lijfrentepremies kwamen niet voor aftrek in aanmerking of
de op of na 14 september 1999 en vóór 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies bedroegen niet meer dan € 2.269,- per kalenderjaar en kwamen niet voor aftrek in aanmerking.
C. Premiebetaling vanaf 1 januari 2001 ten hoogste € 2.269,- de verzekering bestaat op 14 september 1999 en de premiebetalingen zijn op of na 14 september 1999 niet verhoogd (premieverhoging op basis van een normale of gebruikelijke optieclausule is wel toegestaan) en
de op of na 1 januari 2001 betaalde lijfrentepremies bedragen per verzekering niet meer dan € 2.269,- per kalenderjaar en zijn niet als premies voor een lijfrenteverzekering in de zin van de Wet IB 2001 in aftrek gebracht.
Uitkeringen uit lijfrentepolissen die zijn opgebouwd met niet-aftrekbare premies worden in Box 1 belast nadat de uitkeringen het bedrag van de niet-aftrekbare premies of koopsom overtreffen. Het overgangsrecht is met ingang van 1 januari 2021 niet meer van toepassing op de categorieën B en C. Uiterlijk op 31 december 2020 dient dan in Box 1 verplicht te worden afgerekend over de waarde in het economisch verkeer (WEV) van de polis, waarna de verzekering overgaat naar Box 3. Op verzoek is over de afrekening in Box 1 het 45%-tarief van toepassing.
|
 |
|
|
|
|
|