|
|
|
Ondernemers en pensioen |
 |
Een ondernemer is ook een mens die een keer met pensioen gaat. Maar het nodige geld daarvoor komt er niet vanzelf.
De oudedagsvoorzieningen in Nederland bestaan in het algemeen uit meerdere pijlers. De staat zorgt voor de AOW, samen met de baas wordt door werknemers pensioen opgebouwd, en wie dan nog een pensioentekort meent te hebben, kan lijfrentepremies betalen. Maar welke mogelijkheden hebben ondernemers die hun bedrijf uitoefenen in hun eigen bv nu eigenlijk precies?
De eerste, voor iedereen bestemde pijler is de AOW. Iedereen die in Nederland woont, is automatisch verzekerd voor de AOW (Algemene Ouderdomswet). De premies hiervoor worden geheven via de Belastingdienst. De eerste twee schijven van de inkomstenbelasting bestaan niet uit alleen uit belasting, maar voor het overgrote deel uit premies voor de volksverzekeringen, waarvan de AOW de belangrijkste is. Vanaf het vijftiende levensjaar wordt jaarlijks 2% van de AOW-uitkering opgebouwd, zodat iedereen op zijn 65ste jaar een uitkering krijgt.
Jaren die in het buitenland worden doorgebracht tellen niet mee, tenzij u zich vrijwillig verzekert, wat een kostbare zaak is. Voor ieder buitenlands jaar ontvangt u dus 2% minder AOW-uitkering.
De tweede pijler vormen de specifieke werknemerspensioenen. Iedere werknemer kan, als dat is overeengekomen met de werkgever, een pensioen opbouwen. Er worden dan premies ingehouden op het loon en die worden in een pensioenfonds gestort. Vaak betaalt de werkgever mee in het kader van de arbeidsvoorwaarden. De omvang en methode van opbouw van het pensioen staan in de cao of een individuele arbeidsovereenkomst. In het algemeen wordt er in veertig jaar een pensioen opgebouwd van 70% van het loon. Dat kan het laatstverdiende loon zijn, maar ook het gemiddelde loon of een combinatie daarvan. Het pensioenreglement of de pensioenbrief vermeldt al deze voorwaarden.
Op welke pijlers kan nu het pensioen van een ondernemer worden opgebouwd? Een ondernemer die zijn onderneming drijft in de vorm van een besloten vennootschap - de directeur-grootaandeelhouder, ook wel dga genoemd - is voor fiscale doeleinden ook een werknemer, dus hij kan via zijn bv pensioen opbouwen. Maar omdat hij zowel werkgever als werknemer is, gelden daarvoor speciale regels. Hij kan immers zijn eigen arbeidsvoorwaarden opstellen en de fiscus is beducht voor misbruik.
In eigen beheer
Als de bv een pensioen toekent aan de dga, mag dat pensioen natuurlijk worden ondergebracht bij een pensioenfonds of verzekeringsbedrijf, net zoals dat bij gewone werknemers gebeurt. De bv houdt dan eventueel pensioenpremies in, vult dat aan met het werkgeversdeel en stort het totaal bij de verzekeringsmaatschappij. Deze belegt de pensioengelden en keert na de pensioendatum (of in het geval van overlijden voor het nabestaandenpensioen) het pensioen uit.
Als de dga minimaal 10% van de aandelen van de werkmaatschappij in bezit heeft, mag dat afstorten bij een verzekeringsmaatschappij achterwege blijven. Hij mag het pensioen 'in eigen beheer' opbouwen. Dat houdt in dat de pensioengelden de onderneming niet verlaten. De bv houdt de gelden onder zich en verplicht zich om na pensioendatum of overlijden pensioenuitkeringen te doen. Het is voor de bv niet verplicht om de pensioengelden in een apart potje te houden, het geld mag gebruikt worden om de onderneming te financieren en daar schuilt natuurlijk het grote voordeel van het pensioen in eigen beheer.
Maar zoals zo vaak: dit voordeel is ook een nadeel, want als er op pensioendatum geen geld in de bv zit om de pensioenen uit te keren, zult u het moeten doen met de AOW en wat u verder voor de oude dag heeft geregeld, zoals een lijfrente of gewoon gespaard geld. En vooral bij uw overlijden vóór de pensioendatum is de kans groot dat er te weinig geld is om uw partner te voorzien van een voldoende pensioen. Om dat risico te vermijden, is het verstandig om in ieder geval het nabestaandenpensioen bij een externe verzekeraar onder te brengen. Daarvoor moet u dan premies storten, die overigens niet zo heel hoog zullen zijn, omdat u uitsluitend het risico van uw overlijden hoeft te dekken en niet ook hoeft te sparen voor uw eigen pensioen.
Hoe werkt dat nu precies, zo'n pensioen in eigen beheer? Allereerst: u zult een actuaris moeten inschakelen om pensioenberekeningen te laten maken en een pensioenbrief op te stellen. Deze pensioenbrief is verplicht bij een pensioen in eigen beheer, dus denkt u daar niet te licht over. De actuaris zal uitrekenen hoeveel pensioenkapitaal uw bv moet opbouwen om u de toegezegde uitkeringen te kunnen doen. Dat wordt vervolgens omgerekend tot een bedrag dat u in het jaar in kwestie moet toevoegen aan de verplichting (dotatie) om het pensioenkapitaal te bereiken. De actuaris weet precies aan welke voorwaarden deze dotatie moet voldoen.
De dotatie is vergelijkbaar met de premie die u zou moeten betalen als u het pensioen bij een verzekeringsmaatschappij zou hebben verzekerd. Dit bedrag mag u van uw winst aftrekken. En volgend jaar geldt weer hetzelfde: op deze manier wordt tijdens uw werkzame leven de pensioenverplichting opgebouwd. Zoals gezegd: de bv hoeft het geld niet per se opzij te zetten, maar mag het gebruiken om de onderneming te financieren.
Voorbeeld
U heeft een salaris bij uw bv van euro 78.000. U gaat over twaalf jaar met pensioen. De actuaris heeft uitgerekend dat uw pensioenverplichting met euro 12.000 toeneemt. Uw winst in de bv bedraagt euro 100.000, verminderd met het salaris is dat euro 22.000. Hier mag u dan nog eens euro 12.000 van aftrekken, zodat uw bv over euro 10.000 vennootschapsbelasting betaalt.
U kunt de pensioenverplichting op de balans van uw werkmaatschappij houden, maar u kunt hiervoor ook een aparte pensioen-bv oprichten. Deze treedt dan als het ware op als verzekeringsmaatschappij. De werkmaatschappij betaalt de verschuldigde pensioenpremies aan de pensioen-bv. Deze belegt de premies extern, of leent het geld terug aan de werkmaatschappij als die werkkapitaal nodig heeft. Als het geld niet wordt teruggeleend aan de werkmaatschappij, is dit een goede methode om de pensioengelden uit de risicosfeer van de onderneming te brengen. U weet dan zeker dat er later geld is om pensioenuitkeringen te doen. Ook hier geldt weer dat het verstandig is om het partnerpensioen extern bij een echte verzekeringsmaatschappij onder te brengen.
Als u met pensioen gaat, moet de bv u uitkeringen doen. Deze uitkeringen worden niet ten laste van de winst van de (pensioen-) bv gebracht, maar verminderen de pensioenverplichting. U heeft de opbouw van de verplichting immers al ten laste van uw winst gebracht. Op de pensioenuitkeringen moet loonbelasting worden ingehouden en u moet deze uitkeringen in uw aangifte inkomstenbelasting aangeven, waarbij de ingehouden loonbelasting verrekend mag worden met de inkomstenbelasting. Wederom: de actuaris berekent hoeveel pensioen per jaar u krijgt.
Lijfrente
Net als ieder ander kunt u natuurlijk lijfrentepremies betalen en aftrekken als u een tekort in pensioenopbouw heeft. Mocht u van mening zijn dat u na uw pensionering te weinig middelen heeft om het leven te kunnen leiden dat u voor ogen staat, dan kunt u uitrekenen (bijvoorbeeld op internet via de website www.belastingdienst.nl) of u ruimte heeft om extra lijfrentepremies te betalen. Zelfs als u via uw bv al pensioen opbouwt, kan het zinnig zijn om deze berekening te maken, want de methode van pensioenberekening in uw bv verschilt van de berekeningsmethodiek in de lijfrentesfeer.
Er zijn nog andere manieren om een tekort aan te vullen. Voordat u geld naar een verzekeringsmaatschappij gaat brengen, is het wellicht verstandig om te bekijken of u op een andere manier kunt omgaan met een eventueel geldtekort na uw pensionering. Misschien heeft u wel meer dan u denkt.
Heeft u bijvoorbeeld een huis met een hypotheek, dan zal er met de bank een aflossingsmethode zijn overeengekomen. Als u gewoon aflost op de hypotheek, zal uw huis een steeds grotere overwaarde krijgen. Die kunt u wellicht gebruiken na uw pensionering, bijvoorbeeld om dan weer geld te lenen. Of u wilde toch al naar een kleiner huis, zodat er bij de verkoop van uw huis liquide middelen vrijkomen.
Het kan ook zijn dat u een spaar- of levenhypotheek heeft. U bent dan eigenaar van een kapitaalverzekering met jaarlijkse premiebetaling waarvan de waarde jaarlijks stijgt. Als het kapitaal te zijner tijd tot uitkering komt, moet u in principe de lening op het huis aflossen, maar misschien wil de bank de lening wel aflossingsvrij maken, zodat u het uitgekeerde kapitaal kunt gebruiken voor uw levensonderhoud. En moet u toch aflossen, dan heeft uw huis een overwaarde die u kunt gebruiken door bij een andere bank geld te lenen, óf door te verhuizen.
Tot slot: er is ook niets mis met gewoon 'sparen' voor de oude dag. Dat zet het meeste zode aan de dijk als u automatisch, bijvoorbeeld maandelijks, een bedrag opzijzet.
|
 |
|
|
|
|
|